Boksfanaat vijftig jaar lid en zevenendertig jaar trainer van DOS Vlissingen
23 mei 2008
Opa Step laat zich niet dollen
Vlissingen – Eigenlijk staat André Step liever niet te veel in de belangstelling. Maar als hij eenmaal aan het woord is praat de jubilaris honderduit over zijn bokshobby. Hobby? Zijn vrouw Betty denkt daar anders over. “Ja doei, dat boksen van jou kun je geen hobby meer noemen.”
Al vijftig jaar is Step lid van DOS, de enige boksvereniging die Zeeland rijk is. En de laatste 37 jaar is Step een gedreven trainer in de ring. Het appartement van de 68 jarige Step verraadt niet dat er een bokser woont. Geen boksballen, geen typische, felrode handschoenen aan de muur. Step: “Ik leef me uit in mijn garage, daar heb ik wat gewichten.”
“Maar hier” zegt hij met een zekere trots, “Heb ik ook iets van boksen.” Hij wijst naar de gedenkplaat die hij onlangs kreeg voor het 50-jarig lidmaatschap van zijn vereniging DOS. Step moest in 1968 noodgedwongen stoppen als actief bokser. “Ik haalde dat jaar mijn papieren om les te geven. En in de bokssport mag een trainer zelf niet meer aan wedstrijden mee doen.” “ toch heb ik in 1974 en een keer in de ring gestaan. Met dispensatie won ik van een jongen uit Dordrecht”, herinnert de Vlissinger nog al te goed. En ook op zijn 68e trekt hij de handschoenen nog wel eens aan. Als er op training een oneven aantal is, tapt de zestiger zelf in de ring. Hij heeft volgens eigen geen moeite met het niveau. “het lukt me nog wel om aan te haken, Dat komt omdat ik serieus leef roken, drinken doe ik niet.” Twee keer per week verzorgt Step in de Baskensburgsporthal. De warming-up doet hij zelf mee, vervolgens treedt hij een stapje terug twee uur gillend zijn pupillen op te fokken. De kreet: ‘je zit op boksen niet op dammen’, klinkt veelvuldig door de zaal. “We stonden gister met 22 man in dat kleine zaaltje” vertelt hij. “Dan ben ik kapot als ik thuis kom, dat zweer ik je” Dat de sport behoorlijk wat fysieke kracht eist, kun je volgens Step wel merken aan het verloop bij zijn club. De Vlissinger heeft in zijn tijd bij DOS honderden boksers onder zijn hoede gehad.
Duiventil
“De club lijkt wat dat betreft wel een duiventil. Het heeft te maken met een verkeerde inschatting van de sport. Bij voetbal kun je op adem komen als de bal in de buurt is. Bij boksen kun je je niet wegsteken. Je moet constant gefocust zijn. Let je even niet op en houd je je handen omlaag, dan ben je gezien.” Al is er in zijn huis weinig wat aan het boksen doet denken, toch heeft Step ook zijn echtgenoot ondergedompeld in de vechtsport. Al meer dan veertig jaar is Betty de wasvrouw van DOS. En vaak attendeert ze haar man op bokswedstrijden die op televisie worden uitgezonden.
André Step geeft niet alleen training bij DOS. Hij wordt ook regelmatig gevraagd om bokslessen op scholen te verzorgen. Door de leerlingen wordt hij gekschemerend opa genoemd. “Dat komt omdat mijn kleinzoon op die school zit.”
Maar ‘opa’ laat zich absoluut niet dollen. “Ik krijg van tevoren weleens te horen dat er vervelende kinderen bij zitten. Die raddraaiers pak ik er dan uit en gebruik ze om ‘een rechter’ voor te doen. De rest van de les hoor ik ze dan niet meer. Die kinderen eten daarna uit mijn hand.”
Over zijn afscheid denkt Step nog niet al te veel na. “Wanneer ik fysiek niet meer kan, dan stop ik. Maar mijn afscheid wordt er wel een met pijn in mijn hart.”
Ook daar heeft Betty overigens andere gedachten over. “Ach, jij kunt helemaal niet stoppen”, houdt ze hem voor. “Dan ga je nog elke training kijken om aanwijzingen te geven.”
Door Mieke van den Broek
Bron: PZC woensdag 16 november 2005.
Hoort bij: Algemeen
TrackBack URL
Trackback this post